Op 21 september 2004 heeft het kabinet Balkenende II de plannen en rijksbegroting voor 2005 gepresenteerd. In dit artikel gaan wij in op de wijzigingen van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) die op prinsjesdag zijn voorgesteld en de consequenties daarvan voor ons beleidsveld grond en bagger. Daarnaast schenken wij aandacht aan de nieuwe definitie voor te storten grond zoals het SCG die hanteert voor de beoordeling van aanvragen voor een verklaring van niet-reinigbaarheid in het kader van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (Bssa) en de Wbm.
Vrijstelling afvalstoffenbelasting grond geschrapt, stortverbod blijft van kracht
Vanaf de invoering in 1995 kent de Wbm een vrijstelling van de afvalstoffenbelasting voor niet-reinigbare grond. Per 1 januari 2005 wordt deze vrijstelling voor niet-reinigbare grond geschrapt. De afvalstoffenbelasting bedraagt momenteel € 13,79 of € 83,61 per ton afhankelijk van de dichtheid van de afvalstof (groter of kleiner dan 1.100 kg/m3). Grond heeft in de regel een dichtheid groter dan 1.100 kg/m3 en valt daarmee in het lage tarief van € 13,79 per ton. Vanaf 1 januari 2005 verstrekt het SCG géén Wbm-verklaringen meer voor niet-reinigbare grond en wordt het storten van grond dus duurder.
Voornaamste redenen om de vrijstelling van afvalstoffenbelasting voor grond te schrappen zijn:
| - |
De prikkel om tot reinigen of bewerken over te gaan wordt versterkt; |
| - |
De uitvoeringspraktijk wordt vereenvoudigd doordat de invulling van het begrip grond voor de belastingheffing geen rol meer speelt. Dit voorkomt administratieve lasten, de benodigde controleactiviteiten, complexe discussies en daaruit voortvloeiende beroepsprocedures. |
In opdracht van het SCG heeft KPMG een verkenning uitgevoerd naar de consequenties van de afschaffing van de Wbm-vrijstelling voor niet-reinigbare grond. De rapportage is hier te downloaden. De voornaamste conclusies van deze verkenning zijn dat de afschaffing waarschijnlijk geen substantiële consequenties zal hebben voor het verloop van de grondstromen in Nederland, de afschaffing een grotere eenduidigheid in wet- en regelgeving oplevert en dat een stringenter milieutoezicht op de stortplaatsen essentieel is, omdat het fiscale toezicht op de stortplaatsen vermindert.
Tot 1 juli 2005 geldt een overgangsregeling. Deze overgangsregeling bepaalt dat voor verontreinigde grond waarvoor vóór 1 januari 2005 een niet-reinigbaarheid verklaring is afgegeven of is aangevraagd, de vrijstelling voor niet-reinigbare grond van toepassing blijft tot uiterlijk 1 juli 2005.
Het SCG benadrukt dat het stortverbod voor grond, zoals opgenomen in het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (Bssa), ongewijzigd van kracht blijft! Dit betekent dat ernstig verontreinigde grond die vanaf 1 januari 2005 wordt gestort nog altijd moet zijn voorzien van een verklaring van niet-reinigbaarheid. De regeling depotkeuringen blijft onverkort van kracht voor te storten partijen grond!
Nieuwe definitie van te storten grond: Meer partijen komen gedurende korte periode in aanmerking voor de vrijstelling van de afvalstoffenbelasting
Per 4 september 2004 heeft het SCG de definitie van te storten grond zoals opgenomen in haar reglement gewijzigd. Voor de exacte definitie en de reden van de wijziging van de definitie verwijzen wij naar de (toelichting op de) Achtste wijziging reglement N.V. Service Centrum Grond (1).
Aangezien de vorige definitie van grond het begrip inperkte op basis van herkomst van het materiaal en de nieuwe definitie dat niet doet, wordt het begrip grond in het kader van de Wbm en het Bssa qua toepassing verbreed. Op dit moment komen meer partijen in aanmerking voor een verklaring van niet-reinigbaarheid en dus vrijstelling van de afvalstoffenbelasting dan voorheen. Het gaat hierbij om partijen die in het verleden vanwege hun herkomst niet onder de noemer van te storten grond vielen. Voorbeelden zijn het residu van de reiniging van minerale afvalstoffen (zoals zeefzand, RKGV, dakgrind, ballastbedgrind) en partijen minerale afvalstoffen die niet rechtsreeks uit de bodem vrijkomen (zoals bijvoorbeeld uit oude stortplaatsen). Zoals hierboven beschreven wordt de vrijstelling van de afvalstoffenbelasting per 1 januari 2005 geschrapt, waarna de vrijstelling van de afvalstoffenbelasting ook voor deze partijen dus weer vervalt. Deze partijen vallen echter vanaf 4 september 2004 (en dus ook na 1 januari 2005) onder de werkingssfeer van het Bssa. Dit betekent dat voor deze partijen (mits ernstig verontreinigd) bij afvoer naar een stortplaats, vanaf 4 september 2004 eveneens een verklaring van niet-reinigbaarheid in het kader van het Bssa noodzakelijk is. Voor de betrokken grondstromen betekent dit dat vanaf 4 september 2004 een keuring conform het reglement van het SCG (depotkeuring) noodzakelijk is.
Alle baggerspecie vrijgesteld van afvalstoffenbelasting
Eerder dit jaar was al bekend gemaakt dat het Wbm-instrument om de verwerking van baggerspecie te stimuleren per 1 januari 2005 wordt vervangen door de Minimum Verwerking Standaard (MVS). Zie ook het artikel ‘MVS vervangt Wbm-regeling voor baggerspecie’. Via de MVS toetsen de stortplaatsen de reinigbaarheid van baggerspecie. Reinigbare (zandige) baggerspecie mag behoudens enkele uitzonderingen niet worden geaccepteerd. Tegelijkertijd geldt een algehele vrijstelling van de afvalstoffenbelasting voor baggerspecie. Voor stortplaatsen die uitsluitend baggerspecie mogen ontvangen betekent dit dat er geen sprake meer is van belastingplicht en er dus ook geen verklaringen van niet-reinigbaarheid meer nodig zijn. Stortplaatsen die ook andere afvalstoffen mogen ontvangen hebben vanaf 1 januari 2005 statusverklaringen nodig om de aangeboden partijen baggerspecie vrij van afvalstoffenbelasting te mogen ontvangen. Vanaf 1 januari 2005 zal SenterNovem (de uitvoeringsorganisatie bodem) de statusverklaringen namens de minister van VROM afgeven.
Voor meer informatie:
Michiel Gadella (SCG, tel. 030 - 634 66 72, jmg@scg.nl) of Gilbert Boerekamp (SCG, tel. 030 - 634 66 78, gbo@scg.nl) of Herman Miedema (SCG, tel. 030 - 634 66 77, hjm@scg.nl).
1 Achtste wijziging van het reglement van de NV Service Centrum Grond, Staatscourant nr. 169, blz. 16 , 3 september 2004.
|